Cantine des Italiens in Houdeng

Musée de l’immigration

 

Els Bannenberg

Waarom werd ik zo geraakt bij door bezoek aan de Cantine des Italiens toen ik die een paar jaar geleden toevallig verzeild raakte? Omdat onze eigen tijd met haar ‘economische vluchtelingen’ ineens zo dichtbij kwam? Omdat de geschiedenis zich steeds blijft herhalen?
In de buurt van Charleroi ligt vlak bij de scheepslift nr 1 aan het Canal du Centre een restant van economische migratie uit de tweede helft van de 20e eeuw. In een paar laatste overgebleven barakken houden de nazaten van Italiaanse migranten de herinnering aan het bestaan van hun ouders levend. Ook in België moest na de Tweede Wereldoorlog de kolenslag geleverd worden. Kolen waren destijds de enige energiebron om het land weer mee op te bouwen, net als in Nederland. Weinig mensen weten dat er toen in Nederland óók Italiaanse gastarbeiders waren. Veel waren het er bij ons niet. In enkele barakken bij Heerlen werden vooral ongetrouwde jonge mannen gehuisvest. In België kwamen er ook jonge gezinnen mee, of die kwamen later over. Zij werden in het begin die ook niet in huizen ondergebracht maar in halfronde barakken met een stenen voorgevel. Deze barakken waren nauwelijks meer dan een Romney-loods. Enige tijd geleden zag ik er beelden van de in een uitzending van de VPRO over de ramp van Marcinelle.


De Cantines des Italiens bij Houdeng werden in 1946 gebouwd voor de gastarbeiders van Usines Gustave Boël. In de jaren ’80 waren deze barakken niet meer nodig en kwamen ze in handen van de Compagnie du Canal du Centre. Enkele barakken zijn gewaard gebleven aan de oever van het kanaal. Hier kan men met eigen ogen zien hoe we destijds buitenlanders huisvestten. We kunnen ons afvragen hoe de generatie na ons zich zal verbazen over de oplossingen die wij rond deze eeuwwisseling bedacht hebben voor buitenlanders.

Ik was acht jaar toen in Marcinelle in België zich een mijnramp voordeed. Het was zomer, 8 augustus 1956 en er was geen school. In ons dorp Heksenberg gonsde het van geruchten en hoewel de volwassenen het voor de kinderen probeerden te verbergen voelden we dat er iets aan de hand was. Bijna alle vaders uit ons dorp werkten bij de mijn en de meeste ondergronds. Mijn vader was een technicus die alleen op Kerstmis en Pasen als de productie een dag stil lag de ophaalmachines moest inspecteren, en sinds die tijd verwachtte ik ook altijd dat een ramp zou gebeuren als hij onder grond moest. Maar hij zei altijd dat de Staatsmijnen en ook de Duitse mijnen niet te vergelijken waren met de Belgische mijnen. Die Belgische mijnen waren voornamelijk in handen van particulieren en in zijn ogen veel minder veilig en bijna primitief. Als je de filmbeelden ziet ben je wel geneigd dat tegeloven. Er vielen bij deze ramp 262 doden, waarvan meer dan 50% Italianen waren. Het jongste slachtoffer was 14 jaar. Zes mannen konden onder primitieve omstandigheden worden gered. Er was amper blusmateriaal en de redders hadden zelfs eerst geen zuurstofmaskers. Een menselijk fout was de oorzaak, maar de voorzieningen in de mijn voorzagen niet in veel veiligheid waardoor de brand zich razendsnel ontwikkelde. Taalproblemen waren een van de hindernissen.

Documentaires over mijnen kan ik moeilijk overslaan. Meestal gaan die over mijnrampen. Voor de meeste mensen zijn mijnen op zich niet zo boeiend. Indrukken op kinderleeftijd zijn vaak van doorslaggevende betekenis voor de rest van je leven. Wat moeten de bomaanslagen in Londen van 2005 dan niet betekenen voor veel kinderen, of de oorlog in Irak? Denk ik daarom na elke mijnramp in China of Rusland terug aan vroeger?
Na elke documentaire over een mijnramp bekruipt me ook het gevoel dat menselijk kapitaal pas achteraf, soms na decennia, op waarde geschat wordt. De meeste schade aan mensen had voorkomen kunnen worden als er minder op korte termijn op winst was gelet en meer op werkomstandigheden. De achterblijvers betalen het gelag. En soms wordt een mijneigenaar gekweld door eeuwigdurende wroeging.


In de mijn Bois de Cazier in Marcinelle werkten vooral veel arme Italianen die een contract voor 5 jaar getekend hadden. Na deze ramp beëindigde de Italiaanse staat het contract. Maar een jaar later was de mijn alweer open, omdat Grieken, Spanjaarden en Marokkanen aangetrokken werden voor dit werk. Veel Italianen bleven in België wonen. In de jaren ’60 had je popsterren van Italiaanse afkomst, zoals Rocco Granata en Adamo. Een generatie later zijn er ook politici voor met Italiaanse namen en kun je wel zeggen dat ze opgenomen zijn in de bevolking. Laat u niet door deze rampverhalen afhouden van een bezoek aan de Cantine des Italiens als u langs Charleroi en omgeving rijdt. Ik beschouw dit artefact als een van de laatste getuigen van een heel speciale niche in de stuiptrekkingen van de Industriële Revolutie. De gebouwen worden op zeker moment gered en als monument bewaard, maar overal worden de sporen van hoe ménsen deelnamen aan dat proces afgebroken of geyuppicifeerd. Als straks niemand zich meer de blaren op zijn handen werkt, hoe vertel je dan je kleinkinderen wat werken is?

Cantine des Italiens.
Musée de l’immigration.
N55, afslag N535 richting La Louviere, afslag Houdeng Goegnies vlak voor de brug over het Canal du Centre.
Rue Tout-y-Faut 90
7110 HOUDENG-GOEGNIES
Tel 064/84 78 31

http://www.canal-du-centre.be/Education/Chc/Fr/filcanal.html

Le Bois du Cazier werd in 1967 gesloten en is nu een industrieel monument.

http://www.leboisducazier.be

Ervaar de migranten anno 1950, hoe ze leven in barakken:
VPRO Andere tijden: 11 november 2003. Mijnramp 1956.

http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/14705815/

CANVAS, BRT2: 23 januari 2006 .De mijnramp van Marcinelle..
“Tutti cadaveri. Le procès de la catastrophe du Bois du Cazier à Marcinelle.”
Julie Urbain, Marie-Louise de Roeck en Paul Lootens, l’IHOES - ISBN: 2-930402-21-0 .april 2006

© Els Bannenberg juli 2006