Museum Belvédère

Juweel in het Noorden

Els Bannenberg

In Heerenveen staat sinds 2004 een juweel van een museum. Op het landgoed Oranjewoud op fietsafstand, zelfs op loopafstand van het centrum van Heerenveen en het NS-station heeft de collectie schilderijen van Thom Mercuur een onderkomen gevonden in een bescheiden en intiem gebouw dat zich bijna verstopt in het landschap. Ook als je er vlak voor staat dringt het zich niet aan je op. Deze kijkdoos van de architect Eerde Schippers uit Drachten ligt als een eenvoudige streep over een langgerekte vaart. In de verte eindigt de vaart voor een oud klassiek gebouw, het buiten Oranjewoud. Dit gaat terug tot 1676 toen het gebouwd werd gebouwd als buitenverblijf voor van de Oranjes. Hoewel dit landelijk klinkt, kruipt een nieuwbouwwijk in de verte al dichterbij. Laten we hopen dat dit museumpark, ontworpen door Michael van Gessel, deze uitstraling van weidsheid blijft houden.

Ik bezocht Belvédère in juli 2006 onder een zinderende zon en dat maakt me benieuwd hoe het er in ander jaargetijden uitziet, bijvoorbeeld in een laagje sneeuw. Het gebouw lijkt te zweven boven de grond omdat het op een plint staat die ’s avonds licht kan verspreiden. Binnen laat de plint daglicht toe wat een prachtig luchtig effect geeft en niet afleidt van de tentoongestelde werken. Rondom het gebouw staan nu nog lage bomen, maar die zullen in de toekomst het gebouw nog meer aan het oog onttrekken. Het midden van het museum is transparant. Zelfs de wandelweg langs het grand canal loopt door het museum, als het geopend is neem ik aan. Bezoekers die van een kop koffie genieten kunnen naar twee kanten de vaart afkijken.

Het museum herbergt in de ene vleugel een collectie werk van 20ste eeuwse en hedendaagse kunst uit Friesland en in de andere zijde een tijdelijke expositie. Het museum is een oase van aardige mensen, prachtige schilderijen, en mooie materialen. Gemeenschappelijke noemer van de kunstwerken is de binding met Friesland, en die kan ver gaan. Belvédère noemt zich een thuishaven voor eenlingen in de kunst en dat maakt een bezoek ook echt tot een verrassing. Op die zaterdag liep er ook een vraagbaak rond die op verzoek tekst en uitleg gaf. De expositieruimten lopen in elkaar over zonder dat het werk elkaar in de weg zit. Op elke hoek word je verrast door weer een mooie opstelling van werk dat je in de Randstad nog niet hebt gezien. Geen trillende video’s en interactieve tijdvreters. Hier mag je zelf bepalen hoe lang je kijkt en geniet. Misschien worden die op de tijdelijke exposities wel getoond als het zo uit komt. Ik zag er in juli een prachtige tentoonstelling van kindertekeningen met daarbij speciaal gemaakte Friese gedichten van Baukje Wytsma. De andere tijdelijke expo betrof het werk van Klaas Koopmans.

In de vaste collectie kwam ik onder andere de volgende namen tegen: Jan Mankes, Tames Oud, Christiaan Kuitwaard, Thijs Rensema, Willen van Althuis, Gerrit Benner (hele zaal), Sjoerd de Vries, Johan van Hell, Robert Zandvliet, Leo Adriaans, J C J van der Heijden, Ben Akkerman, Tinus van Doorn ( hele zaal), Floris Jespers, Gerrit Mink, Léon de Smet, Jan Brusselmans, Edgar Tijdgat, James Ensor, Otto van Rees, Chris Beekman, Vilmos Hùszar, Peter Alma, ( twee stijlkamers ‘de Stijl’), Jacob Bendien, Kurt Schwitters, Theo van Doesburg, Bart van der Lek, Roger Raveel, Dora Tuijnman, Jan Roes, Jan Snijders, Herman Kruijder en nog enkele namen die ik niet meer kan teruglezen in mijn aantekeningen.

Op de leestafels is veel aanwezig over de kunstenaars, de tijdelijke tentoonstellingen, en over de bouw van park en museum. Ook is er een mooie catalogus.

Ach woonde ik maar in Heerenveen of Joure, dan zou ik elke twee weken langs een mooie fietsroute even bij Belvédère aanwippen om op te laden bij zoveel moois.
A 32 afslag Oranjewoud.

www.museumbelvedere.nl

© Els Bannenberg
september 2006