DANTE GABRIEL ROSSETTIin het Van Goghmuseum
Tot 1848 was de wereld van de Britse kunst doodgebloed in de navolgers van Turner en Constable. In dat jaar richtte de Engelse schilder/dichter Dante Gabriel Rossetti (1828-1882), samen met John Everett en William Holman Hunt, de PreRafphaelite Brotherhood op. De kunstenaars streefden naar een vernieuwing van de kunst en namen de vroege Italiaanse schilderkunst van vóór Rafaël, met Martine, Botticelli en de Venetianen Titiaan en Giorgione, als voorbeeld. Ook haalden zij hun inspiratie uit oudere Noord-Europese kunst. Zij verguisden de beperkingen van de traditionele Royal Academy en distantieerden zich van de aanbidding van de Italiaanse werken uit de 16e en 17e eeuw. De Prerafaëlieten wilden de oprechte eenvoud, die volgens hen na de Renaissance verloren was gegaan, terugbrengen in de kunst. De doelstelling van de kunstenaars was een betere wereld te creëren, waarin een einde werd gemaakt aan de toenemende mechanisatie. Zij wilden een kunst met een duidelijke boodschap waarin de natuur en de mens een rol spelen. Religieuze en sociale elementen namen een belangrijke plaats in in hun werk. Daarnaast protesteerden zij tegen de “beschaafde” academische schilderkunst. Rossetti werd de drijvende kracht van het genootschap en het medium The Germ.
In maart 2004 bezocht ik in het van Gogh Museum in Amsterdam een expositie met werken van Rossetti, één van de markantste kunstenaars uit de groep der Prerafaëlieten. De tentoonstelling werd, van 27 februari tot 6 juni 2004, georganiseerd in samenwerking met the Walker, National Museums Liverpool. Voor het eerst was in Nederland een retrospectieve te zien van deze veelzijdige kunstenaar. De tentoonstelling omvatte ca. 200 kunstwerken alsmede poëzie. Alle aspecten van Rossetti’s werk waren daarin weerspiegeld: schilderijen, werken op papier, foto’s, glas-in-lood en sieraden, ingedeeld rond thema’s als de legenden van Dante en Beatrice, liefde en moraal, de romantische middeleeuwen en Beauties of the 1860s.
Dantes bronnen
Rossetti beschouwde zichzelf als een hervormer van het esthetische. In zijn schilderkunst zocht hij naar het immateriële en poogde abstracte vormen weer tot leven te wekken. Het innerlijke wilde hij laten zien door de uiterlijke verschijningsvorm. In die zin is zijn kunst expressionistisch te noemen.
Beïnvloed door de mystiek in de poëzie en schilderkunst van William Blake ontwikkelde Rossetti een symbolisch-decoratieve stijl. Zijn bovenzinnelijke schilderijen hadden veel invloed op de Engelse Jugendstil.
Geïnspireerd door de poëzie van Dante Alighieri, zijn eigen droomwereld over de
Vrouwen van vlees en bloed
Rossetti’s persoonlijke relaties en amoureuze verwikkelingen met veel van zijn modellen, waaronder Jane Morris, versterkten de erotische werking van de schilderijen. In 1865 liet hij van Jane een serie foto’s maken die waarschijnlijk was bedoeld als voorbereiding voor verschillende composities. Van deze reeks, een waardevolle aanvulling op de studies en schetsen, zijn enkele foto’s in de presentatie opgenomen.
Rossetti werd geïnspireerd door heldinnen als Helena van Troje, Lady Lilith en Pandora. Zijn levende modellen gebruikte hij niet om hún portret te schilderen; naar hun beeld liet hij de heldinnen uit het verleden herleven. De veelal symbolische verschijningen van legendarische vrouwen vertonen onderling sterke gelijkenissen in houding en lichaamskenmerken, kleurgebruik en in de talrijke attributen waarmee zij worden afgebeeld. In Het blauwe boudour (1865) bespeelt de schone een tafelharp. Venus Verticordi (1863-’68) houdt, omgeven door rozen, in de ene hand een appel waarop een vlinder is geland, de andere stuurt de punt van een lans tot op de naakte borst.
Van de latere schilderijen rond de thema’s van leven en dood, geïnspireerd door het verhaal van Dante en Beatrice, is het schilderij Bocca Baciata uit 1859 gebaseerd op een citaat
Naar aanleiding van de vrouwenportretten schrijft Het Haarlems Dagblad:
Een guitige, ietwat wulpse blik. Een melkwitte borst schalks ontbloot. Rood golvend haar, weelderig gedrapeerd rond een meisjesgezicht dat niet aangedaan lijkt door de dingen van alle dag. De Britse versie van de femme fatale, niet vrij van vurig Keltisch bloed, met de bijbehorende mysterieuze trekjes om de mond. Zo had de Londense kunstenaar Dante Gabriel Rossetti (1828-1882) zijn modellen het liefst.
Eigenlijk contrasteerde de aanbidding van Rossetti's penseel voor vrouwelijke roodharigen met de antistemming die alom tegen hen heerste. Veelal waren ze het mikpunt van scheldpartijen, waarbij hun eigenlijke naam zelden of nooit werd genoemd. In plaats daarvan plachten roodharigen weinig flatteus te worden aangesproken als 'vuurtoren', 'roosje', 'stoplicht' , 'biet', 'rooie hond' en verzin er nog maar een paar. De verder onbeduidende zanger Arne Jansen had in 1972 een hit met de van origine Duitse schlager 'Meisjes met rode haren'. Gedraaid tot vervelens toe en in kroegen meegebruld tot talloze roodharige meisjes er bijkans beroerd van werden. Dat kwam, omdat er altijd wel een kroegtijger wilde checken of de tekst 'meisjes met rode haren, die kunnen kussen' overeenstemde met de werkelijkheid.
De roodharige meisjes die Dante Gabriel Rossetti op het doek heeft vereeuwigd, zijn absoluut niet te kussen. Wel kan de galerij van geschilderde schoonheden tot en met 6 juni met gepaste distantie worden bewonderd in het Van Gogh Museum. Zoals het hoort. Kunst laat zich het best van enige afstand bekijken.
Harmonie van de schoonheid
Gouden draden in het haar, een huid die aanvoelt als satijn. Gewaden ruisen tot buiten de kaders van het doek. Vrouwen van vlees en bloed, zij baden in rozen, hun lippen geuren. Zoek ik hun blik, of moet ik ze ontwijken, die blikken die men wulps wil noemen? Het blijft tweeslachtig hangen in de intenties van de schilder. In zijn heldinnen wilde hij de harmonie van schoonheid laten weerklinken. Een schoonheid die, zoals de maker het wilde, de zuivere ziel reflecteert. © Ingrid van den Bergh 2004 |