DRIJFTIL De waterscheerling, giftig als de dood, ligt af te wachten in het stille water; eerst komt het blauwe glidkruid en wat later wortelt de cyperzegge in haar schoot. Hier lijkt de schepping van de eerste dagen zich zomaar te voltrekken. Ongewild wordt aarde boven water uitgetild: een voedingsbodem die de hof kan dragen. Maar zie de mens die deze plek betreedt: hij wordt bedrogen in zijn heilig moeten. Hij zoekt het paradijs terwijl hij weet: nog moet een mens voor die ambitie boeten. Het is de vrucht waarin hij eenmaal beet waardoor het eiland zinkt onder zijn voeten. René van Loenen
bij dit gedicht maakte Rob den Boer etsen, zie ook: http://www.robdenboer.nl/drijftil.htm  |