Google +1

De steengroeve van Saint-Rémy

levensverhaal van de kunstenaar Paul Werner


Voor de vierde maal geopereerd aan de rechterzijde aan een liesbreuk, ontstaan door jarenlang lithostenen tillen en afdrukken op een 100-jarige pers met onderspanning, zou ik met Vera Jongejan met vakantie gaan naar de Provence. Enkele dagen voor vertrek werd haar Opel bestelauto gestolen en van de garagehouder leende zij een oude Ford. Ik was nog niet helemaal genezen, maar de dokters hadden mij reisvaardig verklaard.

Via de Ardennen en de Elzas, waar wij Dom-Remie passeerden waar Jeanne d'Arc was geboren, Bourgondië waar we de wijnboer opzochten waar ik jaren geleden in de druivenoogst had gewerkt en nu een fles meekregen, een wijnkasteel in Savigny-Les Beaune en na enkele campings bereikten we Maillane, niet ver van St.-Rémy de Provence.

Na mijn scheiding had ik in de Oosterparkbuurt tijdens het boodschappen doen Vera ontmoet met haar hondje. Ik herkende haar van de BKR vergaderingen. De dame met het hondje, dacht ik soms, van Tsjechov.

Na de Oosterparkstraat, de derde, waar toentertijd nog veel junks en dealers zaten, en ik een krotwoning had toegewezen gekregen via herhuisvesting, was het een ware verademing in een Provençaals authentiek dorp te verblijven. Mistral de dichter had er gewoond, we bezochten zijn huis en maakten een feest mee van de plaatselijke heilige St.-Eloi, patroon van de smeden. Een processie met praalwagens vol zonnebloemen, Arlesiennes dansend met fluit en trommelmuziek. 's Middags renden de mannen en jongens voor de stieren uit als in Pamplona. Wij zaten achter hoge hekken te kijken. Vera had net van tevoren nog met haar moeder gebeld in Amstelveen en was bijna ingesloten in de telefooncel. Vlakbij de cel werd een veewagen uitgeladen en we zagen de stieren wat onwennig op het plein rondscharrelen. Een gezamenlijke maaltijd op het plein voor de kerk met vrij wijn drinken, de rosé van de streek, alleen een bijdrage betaald in café Le Solu, Provençaals voor de zon, een waar Breugheliaans gebeuren. Muziek en dansen tussen de gangen.

Hierna vonden wij het tijd worden om naar de verblijfplaats te gaan waar Vincent van Gogh in het asiel had gezeten: Saint Paul de Mausole, een klooster bij een Romeins mausoleum van een Romeinse veldheer Julius. Via een zandpad waar bij de ingang aan de poort een buste van Van Gogh stond op een sokkel, kwamen wij binnen bij een patio in Romaanse stijl met bloemen. De gangen deden onmiddellijk denken aan de okerkleurige schilderijen en riepen een naargeestige sfeer op. Aan het eind was een houten trap met bord 'Interdit d'entrée'. De afdeling waar onze Vincent zijn cel had was boven, een trap op en een houten gang die kraakte alsof je op dun ijs liep. Niets was gerestaureerd en je kreeg de indruk dat de Fransen er een beetje mee in de maag zaten. Ik gluurde door een sleutelgat en meende de kamer en het atelier gevonden te hebben. Daarna vonden we de steengroeve achter in de bossen en gingen wij de beroemde plek nog eens schilderen. Ik zat een beetje in mekaar gedoken op een schuine helling en ineens werd het zwart voor mijn ogen, rolde ik naar beneden met gouache en hoorde klokken luiden. Daarna kreeg ik een black-out en zo heeft Vera mij gevonden. De wond was kennelijk weer open gegaan. Zij zeulde mij wat omhoog en eigenwijs als ik ben, wilde ik het schilderij toch nog afmaken. Het werd een soort monumentale hommage aan Vincent van kalksteen, waar ik later een kleurenlitho van maakte.

Thuis in Holland las ik in zijn brief aan Theo, dat hij uitgerekend daar in de groeve een black-out had gehad na het schilderen en naast zijn werk was gevonden door de ziekenbroeder. Het is een soort vingerwijzing, dat het herhalen van beroemde werken niet aan te bevelen is. Na in de auto te zijn vervoerd en onderzocht te zijn door een homeopathische arts, die wat masseerde en pillen gaf, konden we na enige dagen in de tent gelegen te hebben, de reis weer voortzetten naar Nice, het Chagall museum en Vence, de kapel van Matisse. Toen ik na deze gedenkwaardige reis weer thuis kwam, meldde ik mij voor de vijfde keer om onder het mes te gaan. Dit was dan ook voor de laatste keer.

N.B. De cel van Vicent van Gogh en het atelier in het asiel van St-Rémy St-Paul etc. is sedert 1991 in authentieke stijl gerestaureerd en dus te bezichtigen.


redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier