Google +1

De Amsterdamse graficus
Herman Stammeshaus

herinneringen van de schilder Paul Werner


Elk adres in Amsterdam bracht weer nieuwe relaties mee. Zo bracht de medicijnstudent Nico den Hartog op de Brouwersgracht mij in contact met de familie Stammeshaus, die hij kende uit het Nederlands Indië van voor de oorlog. In de Grensstraat werd ik zeer hartelijk ontvangen. De vader was bestuursambtenaar geweest in Atjeh, de moeder van Chinese afkomst en Herman leek wel een Mexicaan en was de kunstenaar van de familie. Opgeleid op de landbouwhogeschool zou hij eerst terug gaan naar de koloniën, maar daar er door de opstand van Soekarno en de daaropvolgende oorlog niets van kwam, (hij melde zich vrijwillig voor de strijd in 1945) keerde hij terug naar Holland en volgde een opleiding als graficus aan de Kunstnijverheidschool. Ik werkte toen als corrector bij het dagblad De Tijd en mocht van Marius van Beek af en toe een kleinere galerie-expositie verslaan. Zo kwam ik via Herman in contact met de stichting Werking in de Commelinstraat, waar Flip van der Burgt een galerie dreef en zelf ook houtsneden maakte. Zo kwam ik bij Ger Langeweg terecht, wat een jarenlange vriendschap teweegbracht, evenals met Herman. Onder de kunstenaars in Amsterdam was hij wel de meest sociale, onbaatzuchtige collega, zoals ze nu bijna zijn uitgestorven. Op zijn eigen tentoonstellingen maakte hij meer reclame voor zijn vrienden dan voor zichzelf. Hij beval je aan bij Galerie Plein 7 in Amsterdam.

Toen mijn broer Hans met varen was gestopt en ging schrijven wist hij bij een ex-lithograaf / boekhandelaar in Doorn een lithopers compleet met rijvers, stenen en rollen voor een paar honderd gulden te koop te staan. Herman was meteen bereid de pers te gaan keuren. Aangezien hij zelf eenzelfde model met onderspanning had, kon hij een juist oordeel vellen en was de aankoop na aanbetaling snel beslist, wat we met een Chinees etentje hebben gevierd. De pers werd door een Volkskrant vrachtauto gebracht; ik was toen overgegaan naar de Volkskrant en studeerde aan de Rijksnormaalschool voor tekenleraar. Aan de grafiek mocht je alleen een beetje ruiken, Lammers liet ons zelfs niet zelf de stenen schuren. Op het Amsterdams Grafisch Atelier bij Emile Puettmann, een kennis van mijn vader uit Arnhem, leerde ik het vak grondig. Ondertussen was ik van school gestuurd en woonde in Amstelveen in een onbewoonbaar verklaarde woning met erf en atelier aan de Handweg 5, waar Herman graag kwam en wij met mijn oude palingboot naar de eilandjes in De Poel voeren om vlinders te vangen, althans Herman, een bekend entomoloog in Suriname; hij schreef een bekroond werk over Surinaamse soorten. Bij hem thuis stonden kasten vol met opgezette vlinders. Ook mooie Boedhabeelden, krissen etc. als in een museum. Daartussen zijn oosters aandoende houtsneden, al zei hij zelf dat het alles modern was.

Op initiatief van de chef culturele zaken de heer Frans Niemeijer hielden wij de eerste open-atelier-tentoonstellingen van Nederland in 1960, als ik mij niet vergis. Met Thijs Buit, een leerling van de academie, en mijzelf hielden wij open huis, een zeer druk bezochte manifestatie. Zo leerde ik de gastvrije familie Terra kennen, die tegenover mijn huis woonde. De gemeente leende gratis schotten en palmen en Herman en Thijs verkochten enkele werken. Ik een landschap aan de schrijver van onze expo. Een van Hermans sterkste houtsneden 'Hoogspanning' hing er onder andere, gemaakt naar aanleiding van het overlijden van zijn vader.

Op een van onze tochten langs drankholen maakte de dichter Gerard den Brabander voor een glas bier bij café Eijlders een gedicht voor Herman over de dood van zijn vader. Ook Herman wist van innemen en dan herinnerde ik hem eraan dat zijn moeder op ons zat te wachten met de rijsttafel. Als we dan tegen elven arriveerden, zei ze laconiek: 'Zo, Herman, ben je er al.' De potjes stonden nog op het fornuis.

In 1961 werden we uitgenodigd om in een inmiddels omgebouwde groentewinkel, nu genaamd Gemeentemuseum Aemstelle, te exposeren met de Amstelveense kunstenaars Toon de Haas, Frans Wiegers, Ido Vunderink, etc, waar Herman weer van de partij was met Wim Zaal, de schrijver, en mijn broer Hans en zodoende een contact gelegd werd voor later. Wim zat in de kunstredactie van Elzeviers Weekblad.

Eind zestiger jaren kreeg Herman Stammeshaus met vrienden een auto-ongeluk waarbij een dode viel en Herman, ernstig gewond aan zijn been, in het ziekenhuis van Zwolle belandde. Een lange tijd van revalidatie verminderde het contact. Hij herstelde vrijwel geheel en liep alleen wat moeilijk.

In 1983 werd ter ere van hem een tentoonstelling gehouden bij Galerie Plein 7, waarover Wim Zaal een mooi stuk in Elzeviers Weekblad schreef. Ik had een tekst bij een gouache voor hem geschreven, een citaat van Li T'ai-po: 'Tsjwang-Tze werd tot een vlinder in zijn droom, ontwakend werd de vlinder weer Tsjwang-Tze'.


In 1988 gaf hij een feest t.g.v. zijn 70ste verjaardag in het Noord-Hollands Koffiehuis. In 1989 deed Herman Stammeshaus op mijn tip mee in het 'Open Havenmuseum' aan het KNSM-eiland in Loods 6, opgezet door Alice Roegholt met het motto: 'De haven in verandering'. Want het nomadenleven vond de overheid een doorn in het oog en het aloude KNSM-terrein zou moeten veranderen in een woonbuurt. Na de opening zou er nog één zijn van een Russische schilder uit Leningrad, in de bagagehal, maar de helft moest nog opgehangen worden en zelf was hij er nog niet. Samen met Herman hebben wij de levensgrote doeken opgehangen en toen alles klaar was kwam de exposant door wodka overmand eindelijk aanzetten. Hij meende dat de opening de volgende dag zou plaatsvinden. We hoeven niet uit te leggen dat we pas na veel glaasjes wodka en bosjt (Russische koolsoep) eindelijk met de bus naar huis konden. Herman afgeleverd met de metro. Boris Kosjelochof was een soort Russische goeroe en zijn werk was tussen neo-primitief en expressionisme in en deed me wel denken aan donkere iconen. Dit was slechts een van de vele avonturen samen en vaak zat ik met hem met een krat pils onder de tafel na te genieten hiervan.

Helaas kwam er een einde aan. In februari 1991 belde zijn broer Hans dat Herman Stammeshaus plotseling was opgenomen in het ziekenhuis in Noord. Ik spoedde mij er snel heen en trof hem in coma aan. Hij kon niet meer spreken, herkende mij nog wel. Kon alleen een poosje zijn hand vasthouden. Na enige dagen (23 februari) volgde het droeve bericht dat hij in de slaap was overleden aan longkanker.


redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier