' oorlogs-herinnering: De hoed van Opa', van de Amsterdamse kunstenaar Paul werner

Google +1

De hoed van Opa: op de vlucht voor de Duitse opmars

herinneringen van de schilder Paul Werner


Ik moet ineens denken in deze tijd dat zoveel mensen op drift zijn, dat wij zestig jaar geleden ook vluchteling waren en moesten vluchten uit Amersfoort voor de naderende Duitse troepen. Ik was toen precies een maand 10 jaar. 's Nachts hoorde ik in bed het artilleriegeschut van de Grebbe-linie, het leek net onweer in de verte.

Mijn vader dreef een bierbottelarij als agent van de Amstelbrouwerij en voor ons huis waren loopgraven in het plantsoen, bemand door Hollandse soldaten met machinegeweren. De biertonnen werden naar buiten gerold en de bierflesjes gratis uitgedeeld door onze knecht Witteveen. Op straat werd de Telegraaf rondgedeeld met een foto van koningin Wilhelmina waaronder met vette letters: 'Je Maintiendrai' (Ik sta pal). We wisten nog niet dat in IJmuiden de onderzeeër al klaar lag voor de vlucht. Na de eerste dag sliepen we bij een bevriende relatie van mijn vader: Hotel Hoefnagels, terwijl de hele nacht de paarden en vrachtauto's van het leger met gewonde soldaten terugkwamen. Ze lagen met verband en al op de biljarts en trappen. Ik moest plassen en moest over ze heen stappen. Later herinnerde mij dit aan de film Potemkin van S. Eisenstein.

De volgende avond werd ineens door militairen in auto's rondgeroepen: 'Iedereen onmiddellijk naar het station'. De chaos was compleet. Overal zagen we stoeten mensen lopen, voorafgegaan door het blokhoofd van de wijk die een bord droeg. Op het station aangekomen was de chaos compleet. Uren wachten in het donker (alles moest verduisterd zijn in verband met bombardementen). Rotterdam was al gebombardeerd. De Heinkels hadden we over zien vliegen en over de radio hoorden we het verschrikkelijke verhaal. Mijn moeder belde onmiddellijk naar haar familie, die ongedeerd was. Gedeeltelijk woonden ze in Schiedam en aan de Kralingse Plas. Alleen het centrum was platgebombardeerd.

Eindelijk was onze groep aan de beurt en reden we midden in de nacht richting Westen. We zaten als haringen in een ton, koffers, tassen vol etenswaren, het waren afgesloten coupés. Na enkele uren rijden, we zaten ter hoogte van Bergen, zei ik tegen mijn vader: 'Kijk eens, papa, allemaal grijze wolkjes buiten'. Die wolkjes daalden langzaam als een merkwaardig natuurverschijnsel neer, maar bleken Duitse parachutisten te zijn die het op het militaire vliegveld gemunt hadden. We hoorden: 'Tak, tak, tak!' en ineens stond de trein stil. De conducteur kwam langs rennen en riep: 'Iedereen de trein uit en langs de spoordijk gaan liggen, we worden beschoten." Na een poosje moesten we weer instappen en konden onze reis vervolgen. We hadden het wat benauwd gekregen en werden om te plassen buiten het neergelaten raam in de deur gehouden. Alleen een klein jongetje lukte dat niet. 'Jantje moet een randje voelen' zei zijn opa en maakte van zijn hoed een po met een luier erin en aldus ging het prima. Wij lagen dubbel van het lachen. 'Die rotjongens lachen overal om' zei mijn vader verontschuldigend.

Om zes uur in de ochtend kwamen wij eindelijk op de plaats van bestemming aan: Zuid-Scharwoude, een kooldorp. Overal rook je de zuurkool. Wij werden ingekwartierd bij schipper Van de Kamp, die achter het huis een dekschuit had liggen, waarop wij mee mochten varen naar de eilanden met witte kolen. De eerste dag zijn we 's nachts nog door het bed gezakt met zijn allen. Ik lag met mijn ouders en mijn broers Ko en Hans in een geïmproviseerd oud houten bed. Mijn zus Elly lag in de kast.

Toen wij de eerste Duitse motorrijders het dorp zagen binnenrijden - op 15 mei capituleerde het Hollandse leger - was ik zeer geëmotioneerd. Na enkele dagen, eind mei denk ik, gingen wij weer naar huis. Er was wel geplunderd in Amersfoort maar onze kelder met wijn en cognac was niet gevonden. Ook verder was er niets verdwenen. Alleen onze vleugel, die mijn vader in de mobilisatie had uitgeleend aan de kazerne, was tot brandhout getransformeerd. De Duitsers zeiden dat mijn vader daarvoor een schamele vergoeding kon krijgen.

redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier