De Lucas-medaille voor Ger Langeweg
Paul WernerEvenals Ferdinand Erfmann was Ger Langeweg een kunstenaar die door zijn surrealistische werk een geval apart was. Met Steven Kwint richtte ik de tentoonstellingen van St. Lucas in De Nieuwe Vleugel in en we gaven hun werk een goede plaats (jonge leden van St Lucas waren o.a. Steven Kwint, met Strange Fruit, geïnspireerd op een lied van Billie Holiday, Aart Leemhuis met Havengezichten, Ria Rettich, Rolf Adel en de schrijver dezes). Onze voorzitter Swagemaker kwam wel eens kijken en zei: 'Zet het werk van Langeweg maar in de kelder'. Dat gebeurde wel onder ons protest. De volgende dag kwam er een commissie uit Den Haag o.l.v. prof. Van Heel die ons werk bekeek. Vervolgens vroeg hij: 'Waar is het werk van Ger Langeweg?' 'In de kelder', zei ik op aanwijzing van Steven Kwint. 'De Lucas-medaille voor Langeweg!' riep Van Heel uit en verliet de zaal weer. Sandberg waardeerde het werk van Langeweg en in 1974 kreeg hij een overzichtstentoonstelling in De Nieuwe Vleugel. Lang daarvoor, in 1963, had hij in Aemstelle een solo-expositie.
Hij was geboren in Brabant in 1891 en dus al in de zestig. Hij nodigde ons plaats te nemen aan de ronde tafel bij het raam en schonk ons een glaasje wijn in. Hij vertelde ons in levendige kleuren wat hij zoal had meegemaakt, in Vlaanderen op bezoek bij James Ensor, waar hij zich erg verwant mee voelde. Een surrealistische schilder waar de geest van Jeroen Bosch en Breughel doorschemerde. Hij had daarna een poos in Parijs gewoond en op Montmartre getekend en geschilderd. Bezocht de academies van Gent en Brugge. Toch zijn eigen stijl behouden, niet met de mode meegegaan. 'Je moet uit je eigen glaasje drinken', was zijn lijfspreuk. Af en toe liet hij ons wat werk zien: vroege oerlandschappen, Het menselijk drama, de oorlog, de dood en de eenzaamheid. Hij bezat een absurd gevoel voor humor, eveneens een breugeliaanse trek en gaf ons later bij ons huwelijk een boek vol cartoons over de menselijke komedie, zowel in de kunstwereld als in het ziekenhuis en onder dokters, met woord- en beeldgrappen. Volgens Charles B. Timmer in zijn boek Tekeningen van Ger Langeweg was een serie tekeningen van een mannetje met zwarte cape en hoge hoed die in een koets door het verlaten land reed met een aap als koetsier zijn meesterwerk. In het boek is hij aanwezig in zijn atelier, loopt door verlaten straten en zit op een grafsteen op het kerkhof. Hij was getrouwd geweest en had een zoon, Lodeke, die ook schilder werd. Na deze eerste kennismaking kwam ik nog vaak terug, o.a. als interviewer voor De Tijd, waar ik als corrector een recensie over zijn tentoonstelling mocht schrijven. Ook kwam je hem vaak tegen op het Waterlooplein met een papegaai op zijn schouder en in gezelschap van Jan Peeters, een extravagante kunstenaar/bohémien die een koebel aan zijn wandelstok had gebonden. |