Google +1

De hooiwagen in de Eemspolder

oorogs-herinneringen van de schilder Paul Werner


De oorlog was weliswaar afgelopen, maar het voedsel bleef schaars en om weer wat op verhaal te komen, had mijn vader een boer op Hoogland gevonden, waar wij, ik met mijn broers Co en Hans, wat aan konden sterken. Een onverwachte vakantie en tot onze verrassing kwam boer Lokhorst ons per koetsje ophalen.

De boerderij lag nogal afgelegen in de Eempolder in Hoogland aan het eind van de weg. De boerin stond ons lichtgebogen op te wachten. De boerderij was vrij oud, overdekt met strooien dak en deed denken aan Breughel en Van Gogh. Er was geen elektrisch licht, gas en stromend water. Een groot fornuis stond in de keuken, een antieke olielamp hing boven de tafel, een pomp op de deel was de wasplaats en de watervoorziening, waar af en toe een rupsje of beestje meekwam. Wij vroegen hem, waarom hij nooit elektriciteit had willen hebben en hij antwoordde: 'Dat is de duivel in huis halen!' Hij vond het ook veel te gevaarlijk. Wij gingen wel met olielampen naar bed. Achter het erf, met hooiberg en door hoge bomen omzoomd, strekte zich de Eempolder uit tot aan Bunschoten en Spakenburg. Daarboven welfde zich een enorme blauwe hemel. Hij vertelde ons na de eerste kennismaking, waar wij zouden slapen, namelijk op de deel in de knechtenbedstede, een houten hok boven de varkens. Wel warm, het was wel even wennen aan de stank en het geknor. Met een trap kon je de slaapplaats bereiken. Het was ons intussen opgevallen, dat hij wat mank liep, en toen vertelde hij ons dat hij voor de bevrijding tijdens het hooien van de hooiwagen was beschoten door een geallieerde jachtvlieger.

Een Spitfire? Dat wist hij niet meer. Ze hadden hem denkelijk aangezien voor een gecamoufleerde tank. De Canadezen lagen rondom Amersfoort en op alles wat bewoog werd geschoten. Zij vonden hem naast de hooiwagen en zijn been moest geamputeerd worden. Later zag ik in het Escorial in Spanje de Hooiwagen van Jeroen Bosch. Een man ligt onder of naast de voorwielen. Links het paradijs, in het midden de verzinnebeelde spreuk van Jessaja: 'Alle vlees is gras. Kortstondig als het gras is alle vlees.' Rechts op het rechterpaneel de oorlog uitgebeeld, brandende ru´nes, vliegende gevaarten en zondige mensen. Net zo surrealistisch als het noodlot dat hem had getroffen. In de wolken was God of Jezus te zien, die de armen in wanhoop ten hemel heft.

Maar met het houten been ging hij met mij 's morgens melken. Om ons te wekken gooide hij een klomp tegen de deur van ons hok. 'Opstaan, melkerstijd!' riep hij. Zo leerde ik melken. Hij verwachtte ook dat wij meehielpen: hout hakken voor het fornuis o.a.

Met polsstokken maakten wij hele tochten in de polder, gingen met een roeiboot de Eem af, 't IJselmeer op tot aan Bunschoten, verloren vlak voor de haven een dol en werden als gekken aangestaard door de vissers, toen wij wrikkend met een roeispaan de haven binnenkwamen. Wij lieten bij een smid een dol maken, hadden nog net geld genoeg, en gingen weer terug, de boot bij de verhuurderij afgemeerd. Deze had inmiddels alarm geslagen bij de politie, want wij waren veel te laat teruggekeerd in het donker. Ook de boer en boerin zaten met onrust op ons te wachten met het eten. Grote speklappen met veel vet, mijn broers schoven de helft van hun portie bij mij op het bord. Gelukkig lag de hond onder tafel en als niemand oplette, liet ik af en toe een stuk spek onder de tafel verdwijnen. Een dankbaar gesmak en gekwispel tegen mijn been was mijn dank. Na enkele ponden te zijn aangekomen, werden wij weer naar huis gebracht. Ik had verschillende tekeningen van de koeien en kalfjes gemaakt en een van de houtskooltekeningen van een liggend kalfje, herinnerde mij nog aan een romantische vakantie.

redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier




/html>