Google +1

Op weg naar Halfweg

na de verloren slag om Arnhem


oorlogs-herinnering van de schilder Paul Werner


Toen de slag om Arnhem verloren was, was het aan ons om evacuťs op te vangen. Wij hadden half september nog vol verwachting op het dak van de Schuur staan kijken naar de honderden vliegtuigen die met zweefvliegtuigen eraan vast naar het oosten vlogen. Het was zondag 17 september. Later op de dag hoorden wij, dat er zwaar gevochten was in Arnhem en om de brug. Nog veel later zou ik een Bretonse para ontmoeten in Zuid-Frankrijk, die op het kerkhof van Oosterbeek de aftocht moest dekken van de Airborne- divisie, een Engels elitecorps. Maar dat is een ander verhaal.

Mijn neef Ad uit Arnhem (nu overleden als Salesiaan in AustraliŽ) verscheen eind september op de fiets als boodschapper van het voor mijn moeder schrikwekkende nieuws dat plus minus 16 man over de Veluwe gelopen waren en in Otterlo in een school in het stro zaten. Ik ging mee terug, aangezien ik nog een berijdbare fiets had (mijn moeders fiets was op Dolle Dinsdag gevorderd door de Duitse soldaten om te vluchten). Daar zaten ze dan, ome Karel en gezin, als kippen in het stro, onze familie, oma, tante Piet, tante Bets met kinderen en de familie Keuring, met aangenomen Joodse zoon. Verder nog een verzetsman, bevrijd uit de gevangenis door de Engelsen (zou de volgende dag gefusilleerd worden wegens het opblazen van een spoorwegviaduct).
Arnhem was op last van het Duitse leger ontruimd. Als straf voor de luchtlanding en hulp aan de geallieerden werd de stad geplunderd. Wie nog beweert dat het gewone Duitse leger zich keurig had gedragen, vergist zich toch voor de zoveelste keer.

Mijn oma zat voor op een transportfiets en viel bij binnenkomst in zittende houding om. Treinen staakten, bussen waren er niet en na enkele dagen was de hele groep in ons huis aangekomen. De winter stond voor de deur en het weinige eten moest nu met driemaal zoveel mensen gedeeld worden. Een ware goocheltour, die mijn moeder moest verrichten. Lang houdbaar was de situatie niet en er werd besloten, dat tante Bets, ome Ko, kinderen en de familie Keuring naar ome Jos en tante Rie in Halfweg door zouden reizen. Mijn broer Hans vermeldt ongeveer dezelfde episode in zijn oorlogsverhaal 'De Schriften', alleen verwisselt hij de familie van mijn vader voor die van mijn moederskant en komen ze uit Brabant vluchten. Tante Piet haalde ons huis niet en is in Zeist overleden. Ome Karel ging naar de zaak, Achter de Arnhemse Poortwal (nomen est omen).

Met mijn nicht Bep gingen wij dus kwartier maken en halverwege, voorbij Baarn, kwam er een eenzame vrachtauto, een trekker met oplegger, een zogenaamde trailer, aan. Bep maakte een liftgebaar en werkelijk: hij stopte om ons en de fietsen achter op te laden. Ikzelf vond het niet zo'n geslaagd plan (ik had van die vreemde voorgevoelens) en ja hoor, na enige kilometers rijden zag ik twee Spitfires zwenkend over de boomtoppen ineens boven ons. Ik kon de piloten met zuurstofmaskers en zwarte brillen als twee doodsengelen zien zitten. De chauffeur had niets in de gaten vanwege de gasgenerator, die het gas voor de motor leverde en enorm lawaai maakte. Ik bedacht me geen moment, nam een snoekduik naar de cabine en als een cowboy aan zijn paard hangend, schreeuwde ik ter hoogte van het hoofd van onze chauffeur: 'Tommies! Tommies!'. Onmiddellijk begreep hij dat ons leven aan een zijden draadje hing. Op dat moment passeerde ons een Duitse militaire colonne. De chauffeur gooide het stuur naar rechts en reed de bossen in. De bomen knapten als lucifers en vormden tevens een camouflage. De twee Spitfires waren intussen naar een bepaalde hoogte geklommen, maakten een looping en kwamen schietend in glijvlucht naar beneden. Dit was geen oorlogsfilm, maar rauwe werkelijkheid. De chauffeur gaf mij een hand, bedankte en gaf onze fietsen. 'Zo', zei hij, 'ik kan niet verder meer vandaag.' Maar wij moesten wel en waar we langs moesten was de ravage enorm. De hele colonne was aan flarden geschoten; ik voelde niet veel medelijden als veertienjarige. We hadden ze toch niet uitgenodigd? Net even voorbij de bosrand lagen de brandende wrakken met dode soldaten, sommige omgekeerd in de greppel. 'Doorrijden en niet kijken', zei ik tegen mijn begeleidster, die eerst van de schrik niet verder kon.

Bij Laren begonnen mijn knieŽn te knikken. In de avond bereikten we Amsterdam in spertijd en via Diemen en Amsterdam-Zuid af en toe een Duitse patrouille ontwijkend, via de Haarlemmerweg uiteindelijk Halfweg. Onze taak zat erop.

redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier


hier