Kunst maken is springen- uit de keuken van het moderne schilderen -
Kunst is eigenlijk springen. Het gemaakte kunstding is eigenlijk de sprong. Het is niet alleen maar een getuige van de sprong of een verslag van het gesprongen zijn. Van waar en hoe men is terecht gekomen. Nee, het kunstding is en blijft de sprong.
Hoe bepaalt een kunstenaar de richting van het springen, vraag je je af. We zijn en blijven als kunstenaar ook mens. We hoeven van onszelf toch niet te verlangen dat elke kunstpoging een sprong is, het barre niemandsland in?! Toch eigenlijk wel, ja.
Gelukkig is er een geruststelling: als je eenmaal gesprongen hebt. kom je altijd ergens terecht. Ofwel daar waar je al was of waar je nu (terechtgekomen) bent. Het eerste is teleurstellend want we verlangden zo. Het tweede is verbazingwekkend: je komt blijkbaar nooit weg van jezelf. Het is een overgave, concentratie, ook al weten we nog niet op wat. Als je springt, moet je je afzetten van iets, want in de lucht zwevend valt niet te springen; de lucht is ons te dun. Wij zijn tweevoeters en niet geschikt om de sierlijke arabesken van meeuwen te maken. Ieder heeft blijkbaar een eigen stek. Al de voorgaande werken die we gemaakt hebben, zijn in wezen het vast punt om onze voet af te zetten tot de sprong. En gedurende het springen zijn we tijdelijk, -tijdelijk maar, en dat is een genade en geruststellend- nergens. Nergens in het niemand-land.
Het is de plaats van de kloof of juister nog: dit is de kloof. Daar is waar het niets zich uitwisselt in iets. En je weet dat het de opgave is om met je bewustzijn en al je ontvankelijkheidsorganen open zo intens mogelijk daar aanwezig te zijn. Nee, nog sterker: je ontdekt hier dat je zintuigen bezit die je nog nauwelijks kende.
En je weet heel zeker -heel in de verte- dat ze op volle toeren aan het werk zijn, juist op dat moment van het springen. Het lijkt lang te duren; de wereld is er nog wel, maar hoogstens parallel. Jij zelf ook. Het is niet zo, dat je jezelf waarneemt, want er is op dit moment geen ik om waar te nemen. Dąt is het hem juist. De grote strengen van je nieuwe zintuigen ademen om je heen waar jij niet bent. We zijn even uitgeleend.
Als je na de sprong op je voeten komt, is er die vreemde sensatie dat je meer bij jezelf bent dan daarvoor. Dat is een vreemd maar weldadig verschijnsel wat zich niet laat veroveren of plannen. Het valt toe. Ik maakte het mee tijdens een concert van soefie-muziek. Tijdens het zingen van de voorzanger luisterde ik in de muziek en realiseerde me ineens dat ik niet meer wist waar ik was. Er was slechts ruimte. Dit besef leverde geen gemis op of ongerustheid, want de muziek was er, die de vraag opving en naar mijn zelf tilde. Dat moet het grote mededogen zijn wat de Soefies hebben begrepen.
Er ontstaat op zo'n moment grote helderheid en grote duidelijkheid. Je springt als het ware weg van jezelf en komt dichter bij jezelf terug. Je weet ook dat je echt iets meemaakt, want er is contact. Het heeft de gewaarwording van enorme waarheid. Ook al hangt er nog de huiver om het onbekende brokstuk uit de geopende kloof, dat met ons is meegekomen, al te dicht tegen ons aan te houden. Maar dat hoeft ook niet. We zijn als kunstenaar ook mens. We mogen wennen. Er is tijd. |