Joan Miro, citaten en uitspraken van de kunstenaar
vertaling en redactie: Fons Heijnsbroek

Miro, Joan (1893 - 1983)


* de citaten zijn geselecteerd vanaf 1945

Voor mij is een vorm nooit iets abstracts; het is altijd een teken van iets. Het is altijd een mens, een vogel of iets anders. Voor mij is schilderen nooit een vorm omwille van de vorm.

Een essentiële factor in mijn werk is altijd mijn behoefte tot zelfdiscipline geweest. Een schilderij moet nauwkeurig zijn tot op de millimeter, moet in balans zijn tot op de millimeter... ..Het was deze behoefte aan discipline die me dwong om in het schilderen te gaan vereenvoudigen, op dezelfde manier zoals de Catalaanse primitieve schilders dat deden. Daarna kwam de discipline van het kubisme. Ik leerde over de structuur van een schilderij door het kubisme...

In mijn eerste jaar in Parijs woonde Masson (kunstenaar binnen het Parijse surrealisme, fh) in het atelier naast me. Masson was altijd een fanatieke lezer en vol met ideeën. Onder zijn vrienden bevonden zich praktisch alle jonge dichters uit die tijd (1925). Door Masson leerde ik ze kennen.. ..Ik werd voortgestuwd door de nieuwe ideeën die ze verkondigden en vooral door de gedichten die zij bediscussiëerden.

Als resultaat van het vele lezen begon ik me in mijn schilderen geleidelijk te verwijderen van het realisme. Ik tekende bijna geheel vanuit mijn hallucinaties. Ik leefde toen op een paar gedroogde vijgen per dag. Ik was te trots om mijn collega's om hulp te vragen. Honger was de belangrijkste bron van mijn hallucinaties. Ik zat vaak lange tijden naar de kale muur van mijn atelier te turen en probeerde de vormen vast te leggen, op papier of op jute.

Langzaam keerde ik me af van mijn afhankelijkheid van hallucinaties en richtte ik me op vormen die werden opgeroepen door fysieke verschijnselen. In 1933 bijvoorbeeld scheurde ik vaak kranten in grote stukken en plakte ze op golfkarton. Zo verzamelde ik vormen, dag na dag. Toen de collages klaar waren dienden ze als vertrekpunt voor schilderijen. Ik kopiëerde ze niet, ik liet ze de vormen suggereren.

Ook kreeg het materiaal in mijn schilderen opnieuw een belangrijke rol. In mijn aquarellen ruwde ik vaak het oppervlak van mijn papier op door te wrijven. Als ik dan schilderde op het opgeruwde oppervlak ontstonden er merkwaardige, toevallige vormen (vgl. Max Ernst).

Nu (1948, fh) vertrek ik nooit meer vanuit een hallucinatie zoals in de jaren twintig, of vanuit collages. Wat me nu het meest boeit is het materiaal waarmee ik werk. Dat levert de schok op die de vormen suggereert, net zoals de scheuren in de muur Leonardo zijn vormen aanboden.

Daarom werk ik altijd aan meerdere doeken tegelijk. Ik begin eraan zonder ook maar een idee van wat het worden gaat. Ik zet het dan opzij, wanneer het eerste vuur getemperd is. Het kan zijn dat ik er maanden lang niet naar omkijk. Dan haal ik het tevoorschijn en werk eraan, koud als een ambachtsman, slechts geleid door de regels van compositie nadat de eerste schok tot suggestie is afgekoeld.

Vormen worden voor mij werkelijkheid terwijl ik werk. Anders gezegd, ik zet niet zozeer al schilderend iets neer maar ik begin gewoon te schilderen en terwijl ik schilder begint de schildering op te komen, of hij suggereert zichzelf vanuit het kwasten. De vorm wordt dan een teken voor een vrouw of een vogel, terwijl ik werk.

Zelfs een paar toevallige vegen omdat ik mijn kwast schoonveeg kunnen het begin van een schildering uitlokken. De tweede fase echter is zeer zorgvuldig berekend. De eerste fase is vrij en onbewust, maar daarna ontstaat de schildering volledig gecontroleerd, en volgt zo mijn verlangen naar discipline in mijn werk, die ik altijd al gekend heb.

Het werk van Mondriaan is zo echt dat ik het als erg belangrijk beschouw. Ver weg, in de diepte, is zijn kunst werkelijk Hollands. Ik bedoel hiermee dat zijn schilderen direct geïnspireerd is door de atmosfeer van zijn land. Wanneer je naar Nederland reist begrijp je dat. Onlangs was er een grote Vermeertentoonstelling in Parijs en daar realiseerde ik me dat het werk van Mondriaan veel van diezelfde geest bezit.

Ik houd van Odilon Redon, Paul Klee, en Kandinsky voor hun 'esprit'. Wat betreft het zuivere schilderen -gezien vanuit het standpunt van plasticiteit - houd ik van Picasso en van Matisse. Maar allebei de gezichtspunten zijn belangrijk.

Het Catalaanse karakter is niet dat van Malaga of andere delen van Spanje. Het is heel sterk gericht op de aarde. Wij Catalanen geloven dat je je voeten eerst stevig in de grond moet planten als je in staat wilt zijn om de lucht in te springen. Het feit dat ik van tijd tot tijd op de grond terechtkom maakt het me mogelijk dat ik al hoger en hoger kan springen.


* Masson heeft veel invloed gehad op Miro; beiden zijn te plaatsen binnen het surrealisme





stuur een e-mail
.