| Franz Kline, citaten van de kunstenaar Kline, Franz (1910 -1962)Wanneer ik een schilderij maak weet ik niet elke lijn van te voren, maar in het algemeen weet ik wel waar ik mee bezig ben. Ik zet hier iets neer en daar, en hier iets en daar, en dan 'pull' ik het allemaal bij elkaar.
Ik ben een man van zwart en wit.
Het is prachtig om verliefd te zijn op 'het Vierkant'. Twee vierkanten kunnen de twee droevigste ogen van de wereld zijn.
De rechthoekvormen zijn nog steeds in mijn werk aanwezig als je ze goed bekijkt. Het is alleen dat mijn schilderijen nu (1961, fh) losser en vrijer zijn geworden gedurende de laatste jaren, waardoor de hoeken niet altijd even helder gedefiniëerd zijn.
Sinds 1949 heb ik vooral met zwarte en witte verf gewerkt of met inkt op papier. Voor die tijd plande ik mijn schilderij-composities met de kwast, inkt en verf waarbij ik figuratieve vormen en feitelijke dingen gebruikte.
De eerste zwartwitwerken leken in relatie te staan tot figuren, zodat ik ze als zodanig ook titels gaf. Later leken de werken wel iets aan te duiden, maar werd het moeilijk om ze een onderwerp of naam te geven; en op dit moment (1955, fh) is het voor mij onmogelijk om een directe verbale uitspraak te doen over mijn zwartwitschilderijen.
Het is eigenlijk prettig om een blij schilderij te schilderen na een droevig werk. Ik denk dat er in veel van mijn werken een bepaalde eenzaamheid zit die ik niet veroorzaakt zie door het feit dat ik eenzaam ben en daarom eenzame schilderijen maak, maar omdat ik sowieso al van bepaalde eenzame dingen houd. Dus als de vormen deze emotie naar mij toe uitdrukken geeft mij dat een bepaald soort opwinding hierover. Elke compositie - de algemene werkelijkheid daarvan - heeft hier mee te maken. De op handen zijnde vormen van iets kunnen bijvoorbeeld een tobberige kwaliteit hebben, terwijl ze in andere vormen als blijer genoemd of beschouwd worden.
Als ik schilder wat jij al weet zal dat jou eenvoudigweg vervelen, de herhaling van mij naar jou. Als ik schilder wat ik al weet, is het saai voor mezelf. Daarom schilder ik wat ik nog niet weet. (zie ook Benner, fh)
Vaak refereren de titels aan de plaatsen waar ik was, zo rond de tijd dat ik het schilderij schilderde, zoals de compositie die ik 'Palladio' heb genoemd. Ik maakte het nadat ik in de villa Malcontenta bij Venetië was geweest, maar het heeft werkelijk niets te maken met de architectuur van Palladio.
Je kan zeggen dat Manet en Velasquez - als je ziet de koraalwereld van Velasquez en zijn organisatie van het verleden...; maar hun schilderijen 'beïnvloeden' de mijne niet. Het zou een toppunt van eigendunk zijn om te zeggen: 'Velasquez heeft te maken met wat ik doe.' Het is dus niet een kwestie van het verleden verwerpen, maar als je er teveel verliefd op wordt zullen je eigen schilderijen aan jou ontsnappen. En natuurlijk moet je als je schildert naar alles kijken; je kan het niet vermijden om het verleden te zien.
Ik ben altijd bezig om kleur te brengen in mijn schilderijen, maar altijd sluipen ze stiekem weg en dus kom ik hier opnieuw met een 'black show'.
Ik schilder geen series maar soms zijn er schilderijen die erg op elkaar lijken, meer visueel met elkaar verbonden dan naar betekenis of naar hun bron.
Er lijkt iets te zijn wat je juist zo goed alleen met verf kan doen, en daarna begint je het te vermoorden...
Als je alsmaar met hetzelfde doorgaat zegt iedereen 'wordt het langzamerhand niet een beetje vervelend?'. En als je dan probeert te veranderen zeggen ze: 'hij meende het in het begin allemaal niet zo serieus.'
Ik denk dat ik meestal snel werk, maar wat een schilderij in gaat wordt niet slechts tot stand gebracht terwijl je het schildert. Er staan hier enkele doeken in mijn atelier - die kleine daar bijvoorbeeld - waaraan ik ruim zes maanden heb gewerkt, waarbij ik het meeste eruit schilderde en daarna weer opnieuw en opnieuw schilderde. |