| Jan Cremer, citaten en uitspraken van de kunstenaar Cremer, Jan (1940)Wij zijn de woeste wolven. Wij lachen om de oude beschimmelde gefortuneerde heren die zorgvuldig de verf van hun vingers wrijven, hun bedroefde bril oppoetsen, sterven. We hebben genoeg van hun verfijnde kleurengamma's. Het is allemaal rotzooi, esthetica.. Ik sodemieter verf op een doek, ik druip, spat, sla, schop; ik vecht met verf, soms win ik. Ik ga op een paar meter afstand van mijn doeken staan en dan smijt ik de verf zo uit de bus ertegenaan. De verf die eraf wil lopen zet ik vast met gips. Een kwast gebruik ik nooit. Dat is ouderwets. Het is een trefzeker systeem als je het onder de knie hebt. Ik schilder niet volgens een idee want ideeën zijn waardeloos. Ik wil alleen maar lekker verven; ik ben toch immers een gewone jongen en al die flauwekul van kunst en hogere ideeën kan me gestolen worden. over zijn vijfluik: Het strijken van het penseel is een genot, het werken met kleur is een genot, geen groter genot dan kleur, om met blauwen te werken, de donkere schaduwen van de nacht, blauw, de erotische kleur, naast rood, mijn kleur. stuur een e-mail. |