antwoord van Ben Vollers


In het algemeen zou men kunnen stellen dat de vrouw in de expressionistische kunst expressief en heftig (Jawlensky, Kirchner en Nolde), of zacht en poëtisch (Paula Modersohn-Becker,  Otto Mueller) wordt afgebeeld, maar nooit glad, burgerlijk of heroïsch zoals in de Nazikunst. Ook ziet men de vrouw wel aan de zelfkant van de maatschappij afgebeeld als hoer ( Rouault, George Grosz en Otto Dix), maar eerder grotesk, en vaak als slachtoffer van de maatschappij (kapitalisme en oorlog). Iemand als Egon Schiele schildert in zijn naaktstudies man en vrouw lichamelijk bijna identiek, en Apollinisch in 'lelijkheid'. En Nolde beeldde  vrouwen nogal eens in zijn werk af als Semitische en Dionysische figuren. Maar de nazi's vonden met name dat de expressionisten, maar ook andere avant-garde kunst van begin 20e eeuw 'de Duitse vrouw' beledigden, en noemden deze kunst 'entartet'. Hierbij ging het dus vooral om het ' vrouwbeeld' van de expressionisten.