Ben Vollers schrijft artikelen over vergeten onderwerpen van de kunstenaars uit de moderne beeldende kunst, o.a. over Max Ernst, Massimo Campigli, over de Chirico en het treintje van Volos, en over Pierre Klossowski, de broer van de schilder Balthus. Het is de Italiaanse moderne kunst, met de kunstenaars van Novecento en Italiani di Parigi, evenals de moderne metafysische schilderkunst van de Chirico, die extra belicht wordt.
Over het kunstarchief: Hier vindt u schrijfsels van Ben Vollers die zelf als kunstenaar abstracte kunst maakt. Daarnaast is hij hevig gefascineerd door tal van andere voortbrengsels uit de levende bron van de kunsten. Juist de kleinere zaken en de verborgen verhaaltjes, de anekdotes en de verborgen verbanden vragen zijn aandacht. Hier zet hij ze terug en geef ze een plaats in het daglicht, zwart op wit.
Hij schrijft onder andere over 'Mediterrane schoonheid'over het leven en werk van Massimo Campigli, 'Het treintje van De Chirico'over Giorgio de Chirico en het treintje van Volos, 'De merkwaardige dames van Pierre Klossowski',over de broer van de schilder Balthus, 'De vrouwen bij Max Ernst'over de rol van de vrouw in zijn late werk, 'Victor Brauner'een occult surrealist, 'Theo Wolvecamp', zijn inspiratiebronnen, 'Informelen en informelen', over de informele groeperingen in Nederland,.
Bijzondere nadruk legt Ben Vollers binnen zijn 'Kunstarchief' op de moderne Amerikaanse kunst en dan voornamelijk de abstracte kunst in zijn ontwikkeling van realisme tot abstractie, met aandacht voor het Amerikaans vroeg-modernisme en het moderne Amerikaans realisme met kunstenaars als Hopper, de regionalisten als Benton, en sociaal-realisten als Ben Shahn. Vervolgens gaat hij in op de abstract-expressionisten van vóór het abstract-expressionisme, de abstract-expressionisten zelf zoals Pollock, Rothko, en als hekkensluiter het thema: Het handschrift als gebaar, bij Cy Twombly en Marc Tobey. Op Nederlands gebied verbindt hij de moderne Amerikaanse abstracte kunst met Theo Wolvecamp. Ben Vollers: voor mij was hij een van minst bekende leden van Cobra. Bij het bekijken van de grote hoeveelheid werk zag ik ook een serie die mij door hun structuur sterk aan het werk van Jackson Pollock deed denken. Dit ligt bij een lid van de Cobra niet voor de hand. Dus ben ik een paar boeken over Wolvecamp gaan doorkijken.
Over een artikel wat ingaat op de Informele kunst van Nederland: Laatst bezocht ik met een paar vrienden een expositie over de ‘Informelen’ in het Armandomuseum te Amersfoort. Naast wat werk van Henk Peeters, Jan Schoonhoven, Bram Bogart, Jan Hendrikse en Kees van Bohemen hing er voornamelijk werk van Armando, en wel zijn ‘Peintures criminelles’ uit zijn ‘Informele’ periode.